Superior MultiTransmitter G3 Jeweller is een integratiemodule om externe bekabelde apparaten op een Ajax-systeem aan te sluiten. Het heeft 18 bedrade zones voor het aansluiten van NC-, NO-, EOL-, 2EOL- en 3EOL-apparaten.
Superior MultiTransmitter G3 Jeweller heeft twee sabotagebeveiligingen die het beschermen tegen demontage. De module wordt gevoed via het lichtnet van 100 – 240 V~ en kan werken op een reservebatterij van 12 V⎓. Ook kan de module 10,5 – 15 V⎓ leveren aan aangesloten apparaten.
De integratiemodule werkt in een Ajax-systeem en wisselt gegevens uit met een hub via de beveiligde Jeweller- en Wings-radioprotocollen.
Superior MultiTransmitter G3 Jeweller is een apparaat uit de Superior-productlijn. Alleen erkende Ajax Systems-partners mogen de Superior-producten verkopen, installeren en onderhouden.
Functionele elementen
Elementen van de behuizing
- Schroeven om het deksel van de behuizing te bevestigen. Draai ze los met de meegeleverde inbussleutel (Ø 4 mm).
- Lichtgeleider om de status van de integratiemodule aan te geven.
- Onderdeel met houders voor een reservebatterij.
Een reservebatterij is niet inbegrepen.
- QR-code en ID (serienummer) van de integratiemodule.
- Geperforeerd deel van de behuizing. Het is noodzakelijk zodat de sabotagebeveiliging activeert bij elke poging om het apparaat van het oppervlak los te maken. Breek het niet af.
- Geperforeerde delen van de behuizing voor het geleiden van kabels van aangesloten apparaten.
- Kabelbevestigingen.
Elementen van het paneel
- Aansluitklemmen voor de voeding van brandmelders.
- Aansluitklemmen voor een reservebatterij van 12 V⎓.
- Indicatie voor batterijfout. Het lampje gaat branden als de batterij met omgekeerde polariteit wordt aangesloten (bijvoorbeeld: “–” is aangesloten op “+” en omgekeerd).
- Aansluiting voor de voedingskabel.
- Sabotagebeveiliging aan de voorzijde. Het detecteert pogingen om het deksel van de behuizing van de module te verwijderen.
- Connector voor het bevestigen van een sabotagebeveiliging aan de module. De sabotagebeveiliging is inbegrepen in de volledige set van Ajax Case (de behuizing wordt apart verkocht).
- Aan/uit-knop.
- Led-indicator.
- QR-code en ID (serienummer) van het apparaat.
- Montagegaten voor het installeren van het paneel van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller in de behuizing.
- Aansluitklemmen voor bekabelde apparaten van derden.
- Sabotagebeveiliging aan de achterzijde. Het signaleert pogingen om de behuizing van de module los te maken van het oppervlak.
Aansluitklemmen
Aansluitklemmen aan de linkerkant van het paneel:
- +12V2 — 10,5 – 15 V⎓ uitgangsvermogen voor brandmelders, tot 0,4 A in totaal.
- COM — gemeenschappelijke ingang voor het aansluiten van voedingen en signaalcontacten van bekabelde apparaten.
Aansluitklemmen aan de rechterzijde van het paneel:
- Z1–Z18 — ingangen voor het aansluiten van bekabelde apparaten.
- +12V — 10,5 – 15 V⎓ uitgangsvermogen voor bekabelde apparaten, totaal 1 A voor alle voedingsuitgangen.
- COM — gemeenschappelijke ingang voor het aansluiten van voedingen en signaalcontacten van bekabelde apparaten.
Compatibele hubs en signaalversterkers
De integratiemodule vereist een Ajax-hub met OS Malevich 2.36 of nieuwer.
Werkingsprincipe
Superior MultiTransmitter G3 Jeweller is ontworpen om bekabelde apparaten van derden te integreren in een Ajax-systeem. De integratiemodule ontvangt informatie over alarmen, storingen, en gebeurtenissen van apparaten via een bekabelde verbinding. Vervolgens wordt de gebeurtenis naar de hub verzonden via het Jeweller-protocol voor draadloze gegevensoverdracht. De hub stuurt vervolgens meldingen naar gebruikers en de meldkamer.
Een bekabeld apparaat dat is aangesloten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller kan in een van de volgende sensormodi werken:
- Detecteer alarmen
- Wijzig ingeschakelde modi
- Beheer van blokkeerelement
- Beheer van grendelslot
Superior MultiTransmitter G3 Jeweller kan worden gebruikt om alarm- en noodknoppen, bewegingsdetectoren voor binnen en buiten, en detectoren die reageren op deuropening, trillingen, glasbreuk, brand, gas- en waterlekkage, enz. te integreren.
U kunt KeyArm Zone instellen waarmee de modus van het systeem kan worden omgeschakeld met een apparaat van derden dat is aangesloten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller. Met KeyArm kunt u het systeem en individuele groepen in- en uitschakelen of de Deelinschakeling beheren.
Het type van het apparaat is aangegeven in de instellingen van de zone waarop het bekabelde apparaat is aangesloten. Het geselecteerde type bepaalt de tekst van de meldingen over alarmen en gebeurtenissen van het aangesloten apparaat, evenals de gebeurteniscode die verzonden worden naar de bewakingssoftware.
De modi Beheer van blokkeerelement en Beheer van grendelslot worden gebruikt om blokkeerelementen van derden en grendelsloten te integreren in een Ajax-systeem volgens het principe van onvermijdelijkheid (Duits: Zwangsläufigkeit).
Soorten bekabelde apparaten
| Bedrijfsmodus Detecteer alarmen | |||
| Gebeurtenistype | Pictogram | Betekenis | |
| Sabotagealarm |
![]() |
Gebeurtenis waarbij een detector of sabotagebeveiliging is geactiveerd. | |
| Inbraak |
![]() |
Alarm bij beweging, opening of wanneer andere detectoren wordt geactiveerd. | |
| Brand |
![]() |
Alarm als brandmelders worden geactiveerd. | |
| Hulp alarm |
![]() |
Alarm door het indrukken van de extra knop. | |
| Paniekknop |
![]() |
Alarm door het indrukken van de alarmknop. | |
| Gasalarm |
![]() |
Alarm wanneer de maximale gasconcentratie wordt overschreden. | |
| Storing |
![]() |
Gebeurtenis van een storing van een aangesloten detector of apparaat. | |
| Lekkage |
![]() |
Alarm veroorzaakt door overstroming. | |
| Glasbreuk |
![]() |
Alarm wanneer de glasbreuksensor geactiveerd wordt. Dit type gebeurtenis werkt alleen in de bedrijfsmodus Puls. |
|
| Hoge temperatuur |
![]() |
Alarm wanneer de bovenste temperatuurgrens wordt overschreden. | |
| Lage temperatuur |
![]() |
Alarm wanneer de onderste temperatuurgrens wordt overschreden. | |
| Maskering |
![]() |
Alarm wanneer de maskering van het apparaat wordt gedetecteerd. | |
| Dwangcode (opening) |
![]() |
Alarm wanneer de dwangcode wordt ingevoerd. Dit type gebeurtenis werkt alleen in de bedrijfsmodus Puls. |
|
| Trilling (seismische sensor) |
![]() |
Alarm wanneer de seismische sensor geactiveerd wordt. Dit type gebeurtenis werkt alleen in de bedrijfsmodus Puls. |
|
| Aangepast |
![]() |
Het type gebeurtenis is aangepast door de gebruiker. Niet verstuurd naar de meldkamer van het beveiligingsbedrijf of naar gebruikers via een sms-bericht. |
|
| Bedrijfsmodus Wijzig ingeschakelde modi | |||
| Pictogram | Betekenis | ||
![]() |
U kunt KeyArm Zone instellen waarmee de modus van het systeem kan worden omgeschakeld met een apparaat van derden dat is aangesloten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller. Met KeyArm kunt u het systeem en individuele groepen in- en uitschakelen of de Deelinschakeling beheren. Als de functie Gevolgde groepen is geconfigureerd voor groepen, kan hun beveiligingsstatus automatisch veranderen afhankelijk van hun instellingen en de status van het initiërende apparaat. |
||
| Bedrijfsmodus Beheer van blokkeerelement | |||
| Pictogram | Betekenis | ||
![]() |
U kunt Beheer van blokkeerelement instellen waardoor u een melding kunt ontvangen over de status van een blokkeerelement van derden. Deze eigenschap maakt deel uit van het principe voor onvermijdelijkheid (Duits: Zwangsläufigkeit). |
||
| Bedrijfsmodus Beheer van grendelslot | |||
| Pictogram | Betekenis | ||
![]() |
U kunt Beheer van grendelslot instellen, zodat u meldingen ontvangt over de status van het slot. Deze eigenschap maakt deel uit van het principe voor onvermijdelijkheid (Duits: Zwangsläufigkeit). |
||
Superior MultiTransmitter G3 Jeweller heeft 18 bekabelde zones. Het wordt aanbevolen om één apparaat op één zone aan te sluiten.
De integratiemodule heeft vijf 10,5–15 V⎓ voedingskabels: één voor brandmelders (tot 0,4 A) en vier voor andere apparaten (in totaal tot 1 A voor alle voedingsuitgangen).
Nadat een brandalarm is geactiveerd, moeten brandmelders worden uit- en aangezet om de normale werking te herstellen. Daarom moet de voeding van brandmelders op een aparte kabel worden aangesloten. Sluit daarnaast geen andere apparaten aan op de voedingsaansluitingen van de brandmelder. Dit kan namelijk leiden tot valse alarmen of een onjuiste werking van het apparaat.
Ondersteunde verbindingstypes:
- NO (normaal geopend)
- NC (normaal gesloten)
- EOL (verbinding met één weerstand)
- 2EOL (verbinding met twee weerstanden)
- 3EOL (verbinding met drie weerstanden)
Het apparaat ondersteunt EOL met een weerstand van 1 tot 15 kΩ. De totale weerstand van alle weerstanden bedraagt maximaal 30 kΩ. Om de bescherming tegen sabotage te vergroten, kunnen EOL-weerstanden met verschillende weerstanden in één detector worden gebruikt. De aanbevolen weerstandverhouding van EOL-weerstanden: R1=R, R2=2R, R3=3R. Voor apparaten met halfgeleiderrelais of halfgeleiderschakelaars wordt aanbevolen om R1 > 3 kΩ te gebruiken.
In de Ajax-app kunt u de normale status selecteren (normaal gesloten of normaal geopend) voor elk paar aansluitklemmen: alarm, sabotagealarm en storing. Hiermee kan elke detector met potentiaalvrije contacten worden aangesloten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller.
Superior Jeweller-protocol voor gegevensoverdracht
Superior Jeweller is een verbeterd radioprotocol voor Superior-apparaten, waardoor het voldoet aan EN 50131 (Grade 3). Het biedt geavanceerde versleuteling en frequency hopping. Volledige frequentie-hopping is alleen beschikbaar wanneer alle apparaten in het systeem Superior Jeweller gebruiken. Als één apparaat via het normale Jeweller-protocol werkt, wordt het systeem beperkt tot Grade 2: versleuteling blijft behouden, maar frequency hopping is uitgeschakeld. Superior-apparaten kunnen ook werken met het normale Jeweller-protocol, afhankelijk van de hub.
Wings-protocol voor gegevensoverdracht
Wings is een gepatenteerde draadloze communicatietechnologie voor het verzenden van grote gegevenspakketten. De integratiemodule gebruikt Wings om firmware-updates te uploaden.
Geavanceerde versleutelde communicatie
De communicatie tussen Superior MultiTransmitter G3 Jeweller en de hub is beveiligd met een geavanceerde versleuteling die de vertrouwelijkheid en de integriteit van de gegevens waarborgt. Dit betekent dat alle gevoelige gegevens in het bericht versleuteld zijn en dat elk bericht een unieke authenticatietag bevat waarmee het systeem kan controleren dat de gegevens niet gewijzigd zijn tijdens de overdracht. Het systeem kan op een betrouwbare manier manipulatie detecteren en vervalste of gewijzigde berichten weigeren, wat een sterke bescherming tegen passieve en actieve aanvallen garandeert. Dit zorgt voor veilige communicatie tussen het apparaat en de hub, en betrouwbare beveiliging van het systeem en gegevens.
Frequency hopping
Om te voldoen aan de vereisten van Grade 3 gebruikt Superior MultiTransmitter G3 Jeweller frequency hopping voor radiocommunicatie met de hub (of de draadloze signaalversterker). Bij deze methode veranderen de hub en de eraan toegevoegde apparaten hun werkfrequentie volgens een bepaald patroon. De volgorde valt binnen een gedefinieerde reeks kanalen en apparaten wisselen de frequentie tegelijkertijd met de hub. Zelfs als sommige kanalen worden beïnvloed door jamming, kunnen berichten succesvol op de andere kanalen worden verzonden. Frequency hopping verbetert de betrouwbaarheid en prestaties van het systeem, en zorgt ervoor dat het bestand is tegen opzettelijke pogingen tot interferentie en jamming.
Frequency hopping veroorzaakt geen vertragingen of pauzes tijdens radiocommunicatie en vermindert de snelheid van gegevensoverdracht niet. Als signaalversterkers aan het systeem zijn toegevoegd, wordt frequency hopping gebruikt voor alle radiocommunicatie: “apparaat ↔ signaalversterker” en “signaalversterker ↔ hub”.
Het systeem gebruikt alleen frequency hopping voor radiocommunicatie als alle draadloze apparaten dit ondersteunen.
Als er maar één apparaat aan het systeem is toegevoegd dat frequency hopping niet ondersteunt, schakelen de hub en alle apparaten over naar de werkfrequenties van dat apparaat en gebruiken ze geen frequency hopping voor radiocommunicatie.
Firmware-update
Als er een nieuwe firmwareversie voor Superior MultiTransmitter G3 Jeweller beschikbaar is, verschijnt het pictogram in de Ajax-apps op het tabblad Apparaten
. Een beheerder of een PRO met toegang tot de systeeminstellingen kan een update uitvoeren in de statussen of instellingen van het apparaat. De instructies op het scherm helpen u om de firmware succesvol bij te werken.
Gebeurtenissen naar de meldkamer verzenden
Een Ajax-systeem kan alarmen versturen naar de Ajax PRO Desktop-bewakingsapp en naar een meldkamer met SurGard (Contact ID), SIA (DC-09), ADEMCO 685, en andere protocollen.
Superior MultiTransmitter G3 Jeweller kan de volgende gebeurtenissen verzenden:
- Sabotagealarm/herstel van integratiemodule.
- Alarm/herstel van verbonden apparaat.
- Verlies/herstel van de verbinding tussen de integratiemodule en de hub of signaalversterker.
- Verlies/herstel van de verbinding tussen de integratiemodule en de daarop aangesloten apparaten.
- Deactivering/activering van de integratiemodule.
- Deactiveren/activeren van bekabelde apparaten die zijn aangesloten op de integratiemodule.
- Mislukte poging om het beveiligingssysteem in te schakelen (als de integriteitscontrole van het systeem is ingeschakeld).
Wanneer er een alarm wordt ontvangen, weet de operator van de meldkamer wat er is gebeurd en waar responsteam heen gestuurd moet worden. Dankzij de adresseerbaarheid van de Ajax-apparaten kan het systeem gebeurtenissen verzenden naar Ajax PRO Desktop of bewakingssoftware met het type apparaat, de naam, beveiligingsgroep en virtuele ruimte. De lijst van verzonden waarden kan variëren, afhankelijk van het type bewakingssoftware en het geselecteerde communicatieprotocol.
U kunt de apparaat-ID en het lus (zone) nummer vinden in de statussen van het apparaat. Het apparaatnummer komt overeen met het loopnummer (zone).
Selectie van de installatieplaats

Superior MultiTransmitter G3 Jeweller is ontworpen voor binneninstallatie. We raden aan om een installatielocatie te kiezen die uit het zicht is.
Bij de keuze waar u Superior MultiTransmitter G3 Jeweller wilt installeren, moet u rekening houden met welke factoren van invloed zijn op de werking ervan:
- Signaalsterkte van Jeweller en Wings
- Kabellengte om bekabelde apparaten aan te sluiten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller
Volg bij het ontwerpen van het systeem voor het object altijd de plaatsingsadviezen. Alleen specialisten kunnen een Ajax-systeem ontwerpen en installeren. Een lijst met erkende Ajax-partners is hier beschikbaar.
Signaalsterkte
De Jeweller-signaalsterkte wordt bepaald door het aantal niet-geleverde of beschadigde datapakketten in een bepaalde periode. U kunt de signaalsterkte aflezen op het pictogram in het tabblad Apparaten
in de Ajax-apps:
- drie streepjes — uitstekende signaalsterkte;
- twee streepjes — goede signaalsterkte;
- eén streepje — lage signaalsterkte; een stabiele werking wordt niet gegarandeerd;
- doorgestreept pictogram — geen signaal.
Controleer de signaalsterkte van Jeweller en Wings vóór de uiteindelijke installatie. Bij een signaalsterkte van één of nul streepjes kunnen wij niet garanderen dat de module stabiel werkt. Overweeg om de module minstens 8 inch te verplaatsen omdat dit de signaalsterkte aanzienlijk kan verbeteren. Als het signaal slecht of onstabiel blijft nadat u het verplaatst heeft, gebruik dan een signaalversterker.
Raadpleeg het deel Functionaliteitstesten voor meer informatie over het uitvoeren van de Jeweller- en Wings-signaalsterktetests.
Plaatsen waar u de integratiemodule niet mag installeren
- Buitenshuis. Hierdoor kan de module defect raken.
- Op plaatsen met een temperatuur en vochtigheidsgraad buiten de toegestane grenzen. Dit kan de module beschadigen.
- Dichter dan 3 ft van de hub (of signaalversterker).
- Op plaatsen met een lage of instabiele Jeweller- en/of Wings-signaalsterkte.
De installatie voorbereiden
Kabelmanagement
Lees de gebruikershandleiding van de bekabelde detector of het apparaat van derden zorgvuldig door voordat u het aansluit op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller. Als u vragen heeft, neem dan contact op met de technische ondersteuning van de fabrikant van het apparaat.
Als de basisregels voor installatie, de aanbevelingen in deze handleiding en de instructies van de fabrikanten van bekabelde apparaten van derden niet worden nageleefd, kan dit leiden tot een onjuiste werking en valse alarmen.
Houd bij het plannen waar de integratiemodule of aangesloten bekabelde apparaten geïnstalleerd moeten worden rekening met het diagram van de stroomkabels bij de faciliteit. Signaalkabels voor apparaten van het beveiligingssysteem moeten op een afstand van minstens 20 inch van de voedingskabels worden gelegd. Als kabels elkaar kruisen, houd dan een hoek van 90° aan.
Voor locaties in aanbouw of bij renovatie moeten worden de kabels gelegd nadat de elektrische bekabeling van de locatie is geïnstalleerd. Gebruik beschermende buizen, kabelbinders, clips en nietjes om de kabels te ordenen en vast te zetten. Zorg ervoor dat de bevestigingsmiddelen de kabels of hun isolatie tijdens de installatie niet beschadigen.
Gebruik een kabelgoot voor elektra bij het extern leggen van kabels (zonder ze binnen de muren te monteren). Kabelgoten mogen niet meer dan de helft gevuld zijn met kabels. Laat de kabels niet doorhangen. De kabelgoot moet uit het zicht geplaatst worden indien mogelijk, bijvoorbeeld achter meubilair.
We raden aan om kabels in de muren, vloeren en plafonds te leggen. Dit zorgt voor meer veiligheid; de kabels zijn niet zichtbaar en een inbreker kan er dan onmogelijk bij komen.
Houd tijdens het installeren rekening met de buigradius die de fabrikant bij de specificaties van de kabel noemt. Anders loopt u het risico deze te beschadigen of te breken.
Controleer voor de installatie alle kabels op knikken en fysieke schade. Voer de installatie zo uit dat de kans op schade aan de kabels van buiten miniem is.
Kabelspecificaties voor aangesloten apparaten
Wij adviseren het gebruik van een koperen aluminium signaalkabel met een doorsnede van 0,22 mm² (ca. 24 AWG).
De maximale lengte van de signaalkabel voor het aansluiten van apparaten van derden op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller bedraagt 1.300 ft. Echter, de maximale lengte kan variëren afhankelijk van het type kabel en de vereisten van de fabrikant van het apparaat. Andere soorten kabels zijn niet getest.
Controleer de specifieke kabelvereisten in de gebruikershandleiding van het apparaat dat op de module zal worden aangesloten.
Kabels voorbereiden voor aansluiting
Verwijder de isolatielaag en strip de kabel met een speciale kabelstripper. De uiteinden van de kabels die in de klemmen van het apparaat worden gestoken, moeten worden vertind of voorzien van een krimpkous. Dit zorgt voor een betrouwbare aansluiting en beschermt de geleider tegen oxidatie.
Controleer de specifieke kabelvereisten in de gebruikershandleiding van het apparaat dat op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller wordt aangesloten. Volg deze vereisten om een stabiele werking van het apparaat te garanderen.
Installatie
Zorg, voordat u de Superior MultiTransmitter G3 Jeweller installeert, dat u de optimale locatie heeft gekozen en dat deze voldoet aan de eisen van deze handleiding.
Bevestig de integratiemodule op een verticaal oppervlak. Verticale installatie is nodig zodat de sabotagebeveiliging reageert als iemand probeert de module los te maken. Raadpleeg voor de installatie de documentatie van de batterij, bepaalde batterijen mogen alleen verticaal worden gemonteerd (met de aansluitingen naar boven). Als de batterij op een andere manier geplaatst wordt kan dit leiden tot een snellere degradatie van de batterij.
De module installeren
- Maak de kabels die u wilt aansluiten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller spanningsloos.
- Verwijder het paneel van de module uit de behuizing door de vergrendelingen omlaag te duwen en het paneel van de module eruit te trekken.
- Bereid de gaten voor het leiden van de kabels in de behuizing. Breek voorzichtig de benodigde geperforeerde delen van de behuizing van de module af.
- Voer de voedingskabel van de module en de kabels van de apparaten door de voorbereide gaten in de behuizing van de module.
- Gebruik alle bevestigingspunten om de behuizing van de module met de meegeleverde schroeven op een verticaal oppervlak te bevestigen op de geselecteerde installatielocatie. Een van deze punten bevindt zich in het geperforeerde gedeelte boven de sabotagebeveiliging: als iemand probeert het integratiemodule los te maken, wordt de sabotagebeveiliging geactiveerd.
- Installeer het paneel van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller in de behuizing op de houders.
- Sluit bekabelde apparaten aan op de integratiemodule en bevestig de kabels stevig in de klemmen. Het bekabelingsschema is voorzien in de gebruikershandleiding van de fabrikant van het bekabelde apparaat.
Als het bekabelde apparaat een 12 V⎓ voedingsspanning vereist, kan het worden aangesloten op de voedingsklemmen van de bijbehorende zone van het integratiemodule. Er zijn aparte voedingsklemmen voorzien voor brandmelders.
Sluit het signaalcontact en de voedingscircuits van het bekabelde apparaat met aparte kabels aan op de COM-aansluiting van de module. Er kunnen twee kabels op één klem worden aangesloten.
Lees de instructies van de fabrikant zorgvuldig door voordat u het apparaat verbindt met de integratiemodule.
- Plaats de batterij in de daarvoor bestemde houders in de behuizing.
We raden aan een batterij van 12 V⎓ met een capaciteit van 4 of 7 Ah te gebruiken. Er zijn speciale plaatsen voor dergelijke batterijen in de behuizing. U kunt ook vergelijkbare batterijen met verschillende capaciteiten gebruiken, indien hun formaat in de behuizing past en de maximale volledige oplaadtijd niet langer is dan 24 uur. De maximale afmetingen van de batterij die in de behuizing kan worden geplaatst, zijn 5,94″ × 2,55″ × 3,70″, en het maximaal gewicht bedraagt 11 lb.
- Sluit de reservebatterij aan op de overeenkomstige aansluiting met de meegeleverde kabel. Houd u aan de juiste polariteit en de juiste volgorde. Houd er rekening mee dat voedingseenheden van derden niet op de aansluitklemmen kunnen worden aangesloten.
- Sluit de voedingskabel aan op de overeenkomstige connector.
- Maak de kabel vast met kabelbinders.
- Voeg Superior MultiTransmitter G3 Jeweller toe aan de hub.
- Voeg de aangesloten bekabelde apparaten toe aan het systeem.
- Plaats het voordeksel op de module en zet het vast met de meegeleverde schroeven.
- Voer de functionaliteitstest voor de module uit.
Bekabelde apparaten aansluiten op de module
De volgende stappen beschrijven hoe u bekabelde apparaten aansluit op een integratiemodule die al is geïnstalleerd en aan het systeem is toegevoegd. Als de module nog niet is geïnstalleerd, raadpleeg dan de sectie De module installeren.
- Schroef het deksel van de module los en verwijder deze.
- Zet de integratiemodule uit door de aan/uit-knop ingedrukt te houden.
- Koppel de externe voeding van 100 – 240 V~ en de reservebatterij los.
- Selecteer de zone van de integratiemodule waarmee u een apparaat wilt verbinden.
- Leid de kabel van een apparaat van derden in de behuizing van de integratiemodule.
- Sluit het apparaat aan op de integratiemodule en bevestig de kabels stevig in de klemmen. Het bekabelingsschema is voorzien in de gebruikershandleiding van de fabrikant van het bekabelde apparaat.
Als het bekabelde apparaat een 12 V⎓ voedingsspanning vereist, kan het worden aangesloten op de voedingsklemmen van de bijbehorende zone van het integratiemodule. Er zijn aparte voedingsklemmen voorzien voor brandmelders.
Sluit het signaalcontact en de voedingscircuits van het bekabelde apparaat met aparte kabels aan op de COM-aansluiting van de module. Er kunnen twee kabels op één klem worden aangesloten.
Lees de instructies van de fabrikant zorgvuldig door voordat u het apparaat verbindt met de integratiemodule.
- Zet de kabel vast met kabelbinders en gebruik de speciale bevestigingspunten in de behuizing van de module.
- Sluit de externe voeding van 100 – 240 V~ en de reservebatterij aan op de integratiemodule.
- Zet de integratiemodule aan door de aan-/uitknop ingedrukt te houden.
- Voeg de aangesloten bekabelde apparaten toe aan het systeem.
- Controleer de werking van het aangesloten bekabelde apparaat.
- Plaats het voordeksel op de module en zet het vast met de meegeleverde schroeven.
Aan het systeem toevoegen
Bekabelde apparaten kunnen zowel vóór als na het toevoegen van de module aan de hub worden aangesloten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller.
De hub en het apparaat dat op verschillende radiofrequenties werkt, zijn niet compatibel. Het bereik van de radiofrequentie van het apparaat kan per regio verschillen. We raden aan om Ajax-apparaten in dezelfde regio te kopen en gebruiken. De technische ondersteuning kan u helpen bij het controleren van het frequentiebereik.
Controleer de compatibiliteit van apparaten voordat u de integratiemodule aan het systeem toevoegt. Superior MultiTransmitter G3 Jeweller is een apparaat uit de Superior-productlijn. Alleen erkende Ajax Systems-partners mogen de Superior-producten verkopen, installeren en onderhouden.
Voordat u de module toevoegt
- Installeer een Ajax PRO app.
- Log in op uw PRO account of maak een nieuw aan.
- Selecteer een space of maak een nieuwe aan.
- Voeg minstens één virtuele ruimte toe.
- Voeg een compatibele hub toe aan de space. Zorg dat de hub aanstaat en toegang heeft tot het internet via een ethernetkabel, wifi, en/of een mobiel netwerk.
- Controleer de status in de Ajax-app om er zeker van te zijn dat de space is uitgeschakeld en de hub geen update start.
De module toevoegen aan de hub
- Open een Ajax PRO-app. Selecteer de space waaraan u de integratiemodule wilt toevoegen.
- Ga naar het tabblad Apparaten
en klik op Apparaat toevoegen.
- Geef de integratiemodule een naam.
- Scan de QR-code of voer de apparaat-ID handmatig in. De QR-code met de apparaat-ID is geplaatst op het paneel van de module en op de achterkant van de behuizing. De QR-code staat ook op de verpakking van het apparaat.
- Selecteer een virtuele ruimte en (indien de Groepsmodus is ingeschakeld) een beveiligingsgroep.
- Klik op Toevoegen en het aftellen begint.
- Schakel de integratiemodule in door de aan/uit-knop 3 seconden lang ingedrukt te houden.
Houd er rekening mee dat er een verzoek om verbinding te maken met de hub wordt verzonden op het moment dat de integratiemodule wordt ingeschakeld. Als de verbinding mislukt, schakelt u de module 5 seconden uit en probeert u het opnieuw. Als het maximum aantal apparaten dat toegevoegd kan worden aan de hub is bereikt, geeft het systeem een foutmelding wanneer u probeert om er meer toe te voegen.
Zodra de integratiemodule is toegevoegd aan de hub, verschijnt het in de lijst met hub-apparaten in de Ajax-app. Het interval voor het bijwerken van de status van apparaten in de lijst hangt af van de instellingen van Jeweller of Jeweller/Fibra en bedraagt standaard 36 seconden.
Superior MultiTransmitter G3 Jeweller werkt met slechts één hub. Zodra de integratiemodule is verbonden met een nieuwe hub, stopt deze met het verzenden van gebeurtenissen naar de oude hub. De integratiemodule blijft echter in de lijst met apparaten van de oude hub staan en moet handmatig worden verwijderd in de Ajax-app.
Een aangesloten bekabeld apparaat toevoegen
In het Ajax-systeem neemt elk apparaat dat is aangesloten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller één plaats in van de limiet van de hub.
- In de Ajax-app ga naar het tabblad Apparaten
.
- Zoek Superior MultiTransmitter G3 Jeweller in de lijst.
- Selecteer Apparaten onder het pictogram van de module.
- Druk op Apparaat toevoegen.
- Geef het apparaat een naam.
- Selecteer de bekabelde ingang waarop het apparaat fysiek is aangesloten.
- Selecteer een virtuele ruimte.
- Druk op Apparaat toevoegen. Het apparaat zal binnen 30 seconden worden toegevoegd.
Het update-interval van de status van het apparaat hangt af van de instellingen van Jeweller of Jeweller/Fibra; de standaardwaarde bedraagt 36 seconden.
Als de verbinding mislukt, controleer dan of de bekabelde verbinding correct is geïnstalleerd voordat u het opnieuw probeert. Als het maximum aantal apparaten wat toegevoegd kan worden aan de hub is bereikt, verschijnt er een foutmelding wanneer u probeert om een ander apparaat toe te voegen.
Om de detectietest uit te voeren, activeert u het aangesloten apparaat van derden (bijvoorbeeld bewegingsdetectoren, enz.) De status van de detector van derden wordt weergegeven in de app en op de led-indicator van het apparaat (indien beschikbaar).
Functionaliteitstesten voor de module
Een Ajax-systeem biedt verschillende soorten testen om de juiste installatieplaats voor apparaten te selecteren. Voor Superior MultiTransmitter G3 Jeweller zijn de volgende tests beschikbaar:
- Jeweller-signaalsterktetest — om de signaalsterkte en stabiliteit tussen de hub (of de signaalversterker) en de integratiemodule te bepalen via het draadloze Jeweller-protocol voor gegevensoverdracht op de installatielocatie.
- Wings-signaalsterktetest — om de signaalsterkte en stabiliteit te bepalen tussen de hub (of de signaalversterker) en de integratiemodule via het draadloze Wings-protocol voor gegevensoverdracht op de installatieplaats van de integratiemodule.
- Signaaldempingstest — om het vermogen van de radiozender te verlagen of te verhogen. Met deze test kunnen gebruikers de stabiliteit van de communicatie tussen de integratiemodule en de hub controleren door een veranderende omgeving op de locatie te simuleren.
Pictogrammen
De pictogrammen in een Ajax-app geven een aantal statussen van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller en de statussen van de aangesloten apparaten weer. U kunt de pictogrammen controleren in het tabblad Apparaten .
Pictogrammen van de module
| Pictogram | Betekenis |
|
Jeweller-signaalsterkte. Dit geeft de signaalsterkte tussen de hub en de module weer. De aanbevolen waarde is 2 – 3 streepjes. |
|
| Een branddetector die is aangesloten op de integratiemodule heeft een alarm geregistreerd. | |
|
Laadniveau van de reservebatterij. |
|
| Er is geen reservebatterij aangesloten. | |
| Er is een firmware-update beschikbaar. Ga naar de statussen of instellingen van de module om de beschrijving te vinden en een update te starten. | |
| Firmware-update wordt uitgevoerd: de nieuwste versie wordt gedownload/geïnstalleerd. | |
|
De module is verbonden via een signaalversterker. |
|
|
De module bevindt zich in de modus voor de Signaaldempingstest. |
|
|
De module is permanent gedeactiveerd. |
|
|
Meldingen van de sabotagebeveiliging zijn permanent uitgeschakeld. |
|
|
De module is gedeactiveerd totdat het systeem wordt uitgeschakeld. |
|
|
Meldingen over sabotage-alarmen zijn uitgeschakeld totdat het systeem wordt uitgeschakeld. |
|
| De module heeft de verbinding met de hub verloren of de hub heeft de verbinding met de Ajax Cloud-server verloren. | |
|
De module is niet overgezet naar de nieuwe hub. |
Pictogrammen van aangesloten apparaten
| Pictogram | Betekenis |
|
De Belfunctie is ingeschakeld. |
|
|
|
In-/uitloopvertraging is ingeschakeld. |
|
Het apparaat werkt in de modus Altijd actief. |
|
|
Het apparaat werkt wanneer de Deelinschakeling is ingeschakeld. |
|
|
Het apparaat stuurt geen meldingen naar een meldkamer. |
|
|
De status van het apparaat is OK. Wordt alleen weergegeven voor EOL-, NC- en NO-verbindingen. |
|
|
Het apparaat is kortgesloten. Wordt alleen weergegeven voor EOL-, NC- en NO-verbindingen. |
|
| De status van de sabotagebeveiliging van het apparaat is OK.* | |
| Sabotagealarm van apparaat.* | |
| De status van de inbraaksensoren is OK.* | |
| Inbraakalarm.* | |
| De status van de hulpknop is OK.* | |
| Alarm wanneer de hulpknop wordt ingedrukt.* | |
| De status van de paniekknop is OK.* | |
| Alarm wanneer de paniekknop wordt ingedrukt.* | |
| De status van de brandsensor is OK.* | |
| Het apparaat heeft een brandalarm gedetecteerd.* | |
| De status van de gassensor is OK.* | |
| Alarm wanneer de maximale gasconcentratie wordt overschreden.* | |
| De status van het apparaat is OK.* | |
| Storing van de hub gedetecteerd.* | |
| De status van de lekkagesensor is OK.* | |
| Alarm veroorzaakt door overstroming.* | |
| De status van de glasbreuksensor is OK.* | |
| Glasbreukalarm.* | |
| De status van de hoge temperatuursensor is OK.* | |
| Alarm wanneer de bovenste temperatuurgrens wordt overschreden.* | |
| De status van de lage temperatuursensor is OK.* | |
| Alarm wanneer de onderste temperatuurgrens wordt overschreden.* | |
| De status van de maskeringssensor is OK.* | |
| Maskeringsalarm.* | |
| De status van de dwangcode van het apparaat is OK.* | |
| Alarm veroorzaakt door het uitschakelen van het systeem via een dwangcode.* | |
| De status van de trillingssensor (seismisch) is OK.* | |
| Trillingsalarm (seismisch).* | |
| De status van het apparaat waarvoor het aangepaste gebeurtenistype is geselecteerd, is OK.* | |
| Het alarm van het apparaat waarvoor het aangepaste type gebeurtenis is geselecteerd.* | |
| De sensor werkt in de modus Wijzig ingeschakelde modi.* | |
| De status van het blokkeerelement.* | |
| De status van het grendelslot.* | |
|
Apparaat wordt automatisch uitgeschakeld als gevolg van overschrijding van het aantal alarmen. |
|
|
Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld door de hersteltimer. |
|
|
Het apparaat is uitgeschakeld door de systeemgebruiker. |
|
|
Het apparaat is uitgeschakeld tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld. |
* Het pictogram wordt alleen weergegeven bij 2EOL- en 3EOL-verbindingen.
Statussen
Statussen van de module
Het statusscherm bevat informatie over de integratiemodule en de bedrijfswaarden. De statussen van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller zijn te vinden in de Ajax-apps:
- Ga naar het tabblad Apparaten
.
- Selecteer Superior MultiTransmitter G3 Jeweller in de lijst.
| Waarde | Betekenis |
| Gegevensimport | Geeft een fout weer tijdens de gegevensoverdracht naar de nieuwe hub:
|
| Firmware-update | Geeft de status van de firmware-update weer als er een nieuwe versie beschikbaar is:
|
| Storing |
Als u op Het veld wordt alleen weergegeven als er een storing is gedetecteerd. |
| Jeweller-signaalsterkte |
Signaalsterkte tussen de module en hub (of signaalversterker) via het Jeweller-kanaal. De aanbevolen waarde is 2 – 3 streepjes. Jeweller is een protocol voor het verzenden van de gebeurtenissen en alarmen. |
| Verbinding via Jeweller | Verbindingsstatus tussen de module en de hub (of de signaalversterker) via het Jeweller-kanaal:
|
| Wings-signaalsterkte |
Signaalsterkte van Wings tussen de module en de hub (of de signaalversterker). De aanbevolen waarde is 2 – 3 streepjes. Wings is een protocol voor het updaten van de firmware van het apparaat. |
| Verbinding via Wings | Verbindingsstatus op het Wings-kanaal tussen de module en de hub (of de signaalversterker):
|
| <Range extender name> | De status van de verbinding van de module met de signaalversterker:
Het veld wordt weergegeven als de module via een signaalversterker werkt. |
| Zendvermogen |
Geeft het geselecteerde zendvermogen weer. Het veld wordt weergegeven als Max of Demping is geselecteerd in het menu Signaaldempingtest. |
| Batterijlading |
De batterijlading van de verbonden batterij. Weergegeven in stappen van 5%. |
| Deksel | Status van de sabotagebeveiliging die wordt geactiveerd wanneer de module loskomt van het oppervlak of de integriteit van de behuizing geschonden is:
|
| Sabotagebeveiliging | Status van de sabotagebeveiliging van de Case die verbonden is met het paneel van de integratiemodule:
|
| Externe voeding | Verbindingsstatus van de externe voeding:
|
| Voedingskabel detector | Status van de voedingskabel van bekabelde apparaten van derden:
|
| Voedingskabel brandmelder | Status van de voedingskabel van brandmelders van derden:
|
| Permanente deactivering | Het veld geeft de status van de permanente deactiveringsfunctie van de module weer:
|
| Eenmalige deactivering | Het veld geeft de status van de eenmalige deactivering van het apparaat weer:
|
| Firmware | Firmwareversie van de module. |
| Apparaat-ID | ID van de module. Het is ook beschikbaar op de QR-code op de achterkant van de behuizing, op het paneel en op de verpakking van de module. |
| Apparaatnr. | Nummer van de module. Dit wordt verzonden naar de meldkamer bij een alarm of gebeurtenis in het systeem. |
Statussen van het aangesloten apparaat
Het statusscherm bevat informatie over de aangesloten apparaten en hun bedrijfswaarden. U kunt de statussen van apparaten die zijn aangesloten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller vinden in Ajax-apps:
- Ga naar het tabblad Apparaten
.
- Zoek Superior MultiTransmitter G3 Jeweller in de lijst.
- Selecteer Apparaten onder het pictogram van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller.
- Selecteer het apparaat uit de lijst.
| Waarde | Betekenis |
| Storing |
Wanneer u op Het veld wordt alleen weergegeven als er een storing is gedetecteerd. |
| Naam van het aangesloten bekabelde apparaat | Verbindingsstatus op de kabel tussen Superior MultiTransmitter G3 Jeweller en het aangesloten bekabelde apparaat:
|
| Apparaatstatus | Status van het verbonden bekabelde apparaat:
|
|
“Naam van het geselecteerde type gebeurtenis” Sensor 1 Weergegeven voor de aansluitingstypes 2EOL en 3EOL |
Status van het verbonden bekabelde apparaat:
|
|
Status inschakelschakelaar Wordt weergegeven voor verbindingstypes 2EOL en 3EOL wanneer de optie Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd als Sensormodus (voor Sensor 2). |
Status van het verbonden bekabelde apparaat:
|
|
Status blokkeerelement Weergegeven voor verbindingstypen 2EOL en 3EOL wanneer de optie Beheer van blokkeerelement is geselecteerd als Sensormodus (voor Sensor 2). |
Status van het aangesloten blokkeerelement:
|
|
Status grendelslot Weergegeven voor verbindingstypen 2EOL en 3EOL wanneer de optie Beheer van vergrendelslot is geselecteerd als Sensormodus (voor Sensor 2). |
Status van het aangesloten vergrendelslot:
|
| Altijd actief |
Indien ingeschakeld, is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule constant ingeschakeld en meldt het alarmen. U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren. |
|
Weerstand van apparaat Weergegeven voor de aansluitingstypes EOL-, 2EOL- en 3EOL |
De totale weerstand van de op het apparaat aangesloten weerstand(en), wordt automatisch gemeten. De waarden kunnen ook handmatig worden ingesteld in stappen van 100 Ω. |
| Permanente deactivering |
Hiermee kan de gebruiker het apparaat uitschakelen zonder het uit het systeem te verwijderen. Er zijn twee opties beschikbaar:
U kunt de ontkoppeling van het apparaat ook afzonderlijk configureren:
De functie wordt geconfigureerd in de Ajax PRO-app. |
| Eenmalige deactivering | De status van de eenmalige deactiveringsfunctie van het apparaat:
|
| Reactie op alarmen | |
| Bedrijfsmodus | Geeft weer hoe het apparaat reageert op alarmen:
|
| Vertraging bij binnenkomst |
Inloopvertraging (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die een gebruiker heeft om het systeem uit te schakelen nadat men de ruimte is binnengegaan. |
| Vertraging bij vertrek |
Uitloopvertraging (vertraging van inschakeling) is de tijd die een gebruiker heeft om het gebouw te verlaten nadat het systeem is ingeschakeld. |
| Inschakelen bij deelinschakeling |
Indien deze optie is ingeschakeld, wordt de ingeschakelde modus van het apparaat geactiveerd als het systeem ingesteld is op Deelinschakeling. |
| Vertragingen bij binnenkomst in deelinschakeling |
Inloopvertraging in Deelinschakeling. Inloopvertraging (vertraging van alarmactivatie) in de Deelinschakeling is de tijd die een gebruiker heeft om de Deelinschakeling uit te schakelen nadat men de ruimte is binnengegaan. |
| Uitloopvertragingen in deelinschakeling |
Uitloopvertraging in Deelinschakeling. Uitloopvertraging (vertraging van inschakeling) in de Deelinschakeling is de tijd die een gebruiker heeft om het gebouw te verlaten nadat de Deelinschakeling is ingeschakeld. |
| Deelinschakeling vertraging |
Inloopvertraging in Deelinschakeling wanneer het apparaat is ingesteld op de Follower bedrijfsmodus. Dit is de tijd die de gebruiker heeft om de Deelinschakeling (vertraging van alarmactivatie) uit te schakelen nadat de in-/uitloopdetector is geactiveerd. |
| Bekabelde input | Zonenummer van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller waarop een bekabeld apparaat is aangesloten. |
| Apparaatnr. | Het lusnummer (zone) van het apparaat. |
Instellingen
Instellingen van de module
Om de instellingen van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller te wijzigen, in een Ajax-app:
- Ga naar het tabblad Apparaten
.
- Selecteer Superior MultiTransmitter G3 Jeweller in de lijst.
- Ga naar Instellingen
.
- Stel de vereiste waarden in.
- Klik op Terug om de nieuwe instellingen op te slaan.
| Instelling | Betekenis |
| Naam |
Naam van de integratiemodule. Wordt getoond in de lijst van hub-apparaten, sms-berichten en meldingen in het logboek. Als u de naam wilt aanpassen, klikt u op het tekstveld. De naam kan uit maximaal 24 Cyrillische tekens of 12 Latijnse tekens bestaan. |
| Ruimte |
Selecteer de virtuele ruimte waaraan de integratiemodule is toegewezen. De naam van de ruimte wordt weergegeven in de tekst van het sms-bericht en in de meldingen in het logboek. |
|
Werking van het apparaat: Stop met het opladen van de batterij als deze defect is |
Indien ingeschakeld, stopt de module automatisch met het opladen van de reservebatterij bij een storing. |
|
Werking van het apparaat: Controleer de status van het deksel bij het inschakelen |
Indien ingeschakeld, controleert het systeem de status van het deksel van het apparaat bij het inschakelen. Indien uitgeschakeld, negeert het systeem de status van het deksel van het apparaat bij de integriteitscontrole van het systeem en worden er geen storingsbadges weergegeven. De instelling is bedoeld voor installaties waarbij het apparaat in Ajax Case is geïnstalleerd en niet is aangesloten op de sabotagebeveiliging ervan. |
|
Meldingen: Meld als de batterij niet kan worden opgeladen |
Indien ingeschakeld, ontvangt een gebruiker een melding als de batterij voor een langere tijd niet volledig is opgeladen. Deze optie is standaard ingeschakeld. |
|
Meldingen: Meld als de batterij de belastingstest niet heeft doorstaan |
Indien ingeschakeld, ontvangt een gebruiker een melding dat de reservebatterij van de module de belasting niet kan dragen. |
|
Instellingen voor led-indicatie: Led-helderheid |
Met deze instelling kan de gebruiker de helderheid van de led-indicator van de module aanpassen. |
|
Alarm met sirene: Als de voeding van een aangesloten apparaat is kortgesloten |
Indien ingeschakeld, worden de op het systeem aangesloten sirenes geactiveerd wanneer er een kortsluiting wordt gedetecteerd op de voedingskabel van apparaten die op de integratiemodule zijn aangesloten. |
| Firmware-update | Hiermee kan een gebruiker de module overschakelen naar de modus voor de firmware-update als er een nieuwe versie beschikbaar is. |
| Jeweller-signaalsterktetest |
Hiermee kan een gebruiker de module overschakelen naar de modus voor de Jeweller-signaalsterktetest. Met de test kunt u de signaalsterkte tussen de hub (of de signaalversterker) en de module controleren via het draadloze Jeweller-protocol voor gegevensoverdracht om de optimale installatielocatie te selecteren. |
| Wings-signaalsterktetest |
Hiermee kan een gebruiker de module overschakelen naar de modus voor de Wings-signaalsterktetest. Met de test kunt u de signaalsterkte tussen de hub (of de signaalversterker) en de module controleren via het draadloze Wings-protocol voor gegevensoverdracht om de optimale installatielocatie te selecteren. |
| Signaaldempingtest |
Hiermee kan een gebruiker de module overschakelen naar de modus voor de Signaaldempingstest. |
| Gebruikershandleiding | Hiermee kan een gebruiker de gebruikershandleiding van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller openen in de Ajax-app. |
| Permanente deactivering |
Hiermee kan een gebruiker gebeurtenissen van de module uitschakelen zonder het uit het systeem te verwijderen. Er zijn drie opties beschikbaar:
|
| Eenmalige deactivering |
Hiermee kan een gebruiker gebeurtenissen van de module uitschakelen totdat het systeem wordt uitgeschakeld. Er zijn drie opties beschikbaar:
|
| Apparaat verwijderen | Hiermee kan de gebruiker de module loskoppelen van de hub. |
Instellingen van aangesloten apparaten
Zo past u de instellingen van het aangesloten apparaat aan in de Ajax-app:
- Ga naar het tabblad Apparaten
.
- Zoek Superior MultiTransmitter G3 Jeweller in de lijst.
- Selecteer Apparaten onder het pictogram Superior MultiTransmitter G3 Jeweller.
- Selecteer het apparaat uit de lijst.
- Ga naar Instellingen
.
- Configureer de vereiste instellingen.
- Klik op Terug om de nieuwe instellingen op te slaan.
| Instelling | Betekenis |
| Naam |
Naam van het bekabelde apparaat. Wordt getoond in de lijst van alle hub-apparaten, sms-berichten en notificaties in het logboek. Als u de naam wilt aanpassen, klikt u op het tekstveld. De naam kan uit maximaal 24 Cyrillische tekens of 12 Latijnse tekens bestaan. |
| Ruimte |
Selecteer de virtuele ruimte van het apparaat. De naam van de ruimte wordt weergegeven in sms-berichten en meldingen in het logboek. |
| Invoertype | Selecteer het verbindingstype voor een apparaat van derden:
|
| Sensormodus | Selecteer de sensormodus voor het aangesloten apparaat:
|
| Type gebeurtenis |
Selecteer een gebeurtenistype voor het aangesloten apparaat. Raadpleeg het gedeelte Gebeurtenistypen voor meer informatie. De tekst van de meldingen in het logboek, sms-berichten, en de code die naar de meldkamer wordt gestuurd, hangt af van het gekozen type gebeurtenis. Deze instelling is beschikbaar als Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus. |
| Instellingen inschakelschakelaar | Configureer de inschakelschakelaar als Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd als Sensormodus:
|
| Standaardstatus | Selecteer de normale contactstatus van het aangesloten apparaat:
|
| Bedrijfsmodus | Bedrijfsmodus van het aangesloten apparaat:
Zorg ervoor dat u een type instelt dat overeenkomt met het aangesloten apparaat. Een gepulseerde detector in de bistabiele modus genereert onnodige herstelgebeurtenissen. Een bistabiele detector in gepulseerde modus zal daarentegen geen herstelgebeurtenissen sturen. |
| Altijd actief |
Indien ingeschakeld, is het apparaat dat is verbonden met de integratiemodule constant ingeschakeld en meldt het alarmen. U kunt de optie alleen voor bepaalde gebeurtenistypen configureren. Deze instelling is niet beschikbaar als Wijzig ingeschakelde modi is geselecteerd als Sensormodus. |
| Meld wijzigingen van de status van het grendelslot |
Als deze optie is ingeschakeld, ontvangt de gebruiker een melding telkens wanneer de status van het grendelslot verandert. Deze optie is beschikbaar als de Beheer van vergrendelslot is geselecteerd als Sensormodus. |
| Pulstijd | De pulstijd van het apparaat om een alarm te detecteren:
Er gaat een alarm af als de puls van de detector langer duurt dan opgegeven in deze instelling. Dit kan worden gebruikt om valse alarmen te filteren. |
| Alarm met sirene als er een alarm gedetecteerd wordt |
Indien ingeschakeld, worden de sirenes die zijn aangesloten op het systeem geactiveerd wanneer een alarm wordt gedetecteerd. Deze instelling is beschikbaar als Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus. |
| Belinstellingen |
Opent de instellingen van de bel. Deze functie is alleen beschikbaar voor bistabiele apparaten. Meldingen werken niet bij sensoren die in de modi Puls of Altijd actief staan. |
| Reactie op alarmen | |
| Bedrijfsmodus | Bepaal hoe dit apparaat zal reageren op alarmen:
Deze instelling is beschikbaar als Detecteer alarmen is geselecteerd als Sensormodus. |
| Vertraging bij binnenkomst |
Inloopvertraging: 5 tot 255 seconden. Inloopvertraging (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die een gebruiker heeft om het systeem uit te schakelen nadat men de ruimte is binnengegaan. |
| Vertraging bij vertrek |
Uitloopvertraging: 5 tot 255 seconden. Uitloopvertraging (vertraging van inschakeling) is de tijd die een gebruiker heeft om het gebouw te verlaten nadat het systeem is ingeschakeld. |
| Inschakelen bij deelinschakeling |
Indien deze optie is ingeschakeld, wordt de detector ingeschakeld wanneer het systeem ingesteld is op de Deelinschakeling. |
| Vertragingen bij binnenkomst in deelinschakeling |
Inloopvertraging in Deelinschakeling: 5 tot 255 seconden. De inloopvertraging in Deelinschakeling (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die een gebruiker heeft om de Deelinschakeling uit te schakelen nadat men de ruimte is binnengegaan. |
| Uitloopvertragingen in deelinschakeling |
Uitloopvertraging in Deelinschakeling: 5 tot 255 seconden. Uitloopvertraging bij Deelinschakeling (inschakelvertraging) is de tijd die een gebruiker heeft om de ruimte te verlaten nadat Deelinschakeling is ingeschakeld. |
| Deelinschakeling vertraging |
Vertragingstijd Deelinschakeling: 5 tot 255 seconden. Dit is de tijd die de gebruiker heeft om de Deelinschakeling (vertraging van alarmactivatie) uit te schakelen nadat de in-/uitloopdetector is geactiveerd. De instelling wordt weergegeven als het apparaat is ingesteld op de bedrijfsmodus Follower en de optie Inschakelen bij deelinschakeling is ingeschakeld. |
| Bewaking | Opent het menu met instellingen voor Bewaking:
De instellingen voor Bewaking zijn alleen beschikbaar in de Ajax PRO-apps. |
| Permanente deactivering |
Hiermee kan de gebruiker het apparaat uitschakelen zonder het uit het systeem te verwijderen. Er zijn twee opties beschikbaar:
U kunt het loskoppelen van het apparaat ook afzonderlijk configureren:
De functie wordt geconfigureerd in de Ajax PRO-app. |
| Eenmalige deactivering |
Hiermee kan de gebruiker gebeurtenissen van het apparaat uitschakelen tot de eerste keer dat het systeem wordt uitgeschakeld. Er zijn twee opties beschikbaar:
|
Bel bij opening of aanbellen
Bel is een geluidssignaal dat aangeeft dat de openingsdetectoren zijn geactiveerd wanneer het systeem is uitgeschakeld. De functie wordt bijvoorbeeld gebruikt in winkels om het personeel te laten weten dat er iemand binnenkomt.
De meldingen worden in twee fasen geconfigureerd: het instellen van de sirenes en het instellen van de openingsdetectoren.
Een bekabelde openingsdetector configureren die is aangesloten op de module
Voordat u de Belfunctie instelt, moet u zeker weten dat een bekabelde openingsdetector met Superior MultiTransmitter G3 Jeweller verbonden is en dat de volgende opties ingesteld zijn in de instellingen van de detector in de Ajax-app:
- Type gebeurtenis — Inbraak
- Bedrijfsmodus — Bistabiel
- Altijd actief — uitgeschakeld
- Ga naar het tabblad Apparaten
.
- Zoek Superior MultiTransmitter G3 Jeweller in de lijst.
- Druk op Apparaten onder het pictogram van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller.
- Selecteer het gewenste apparaat in de lijst.
- Ga naar de Instellingen van het apparaat
.
- Selecteer de optie Belinstellingen.
- Schakel de optie Als het apparaat wordt geactiveerd in.
- Pas het geluid van de Bel aan: 1 tot 4 korte piepjes. De Ajax-app laat het geluid horen zodra het geselecteerd is.
- Druk op Terug om de instellingen toe te passen.
Zorg er ook voor dat de Belfunctie is ingeschakeld voor de gewenste sirene in de Pieptooninstellingen.
Brandalarmen resetten
Wanneer brandmelders die zijn aangesloten op Superior MultiTransmitter G3 Jeweller worden geactiveerd, toont de Ajax-app meldingen die het resetten van de alarmen stimuleren. Door brandmelders te resetten keren ze terug naar hun normale status en detecteren ze brand.
Als u het brandalarm niet reset, reageren de detectoren niet op een volgende brand, omdat deze in de alarmmodus blijven staan.
Er zijn twee manieren om brandalarmen te resetten:
- Druk op Resetten in de meldingen over het brandalarm in de app.
- Ga naar Apparaten
en zoek Superior MultiTransmitter G3 Jeweller in de lijst. Druk op
en vervolgens op Reset om het brandalarm te resetten.
Indicatie
De led-indicatie van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller kan wit, rood of groen oplichten, afhankelijk van de status van het apparaat.
Als Superior MultiTransmitter G3 Jeweller niet is toegevoegd aan de hub of de verbinding ermee verloren heeft, geeft de integratiemodule de batterijstatus of de aanwezigheid van externe voeding niet aan.
| Gebeurtenis | Indicatie | Opmerking |
| Stabiele communicatie met de hub. De externe voeding is aangesloten. | Licht wit op. | |
| Communicatie met de hub is verloren. Externe voeding is aangesloten. | Licht rood op. | De hub is bijvoorbeeld uitgeschakeld of de integratiemodule valt buiten de dekking van het radionetwerk van de hub. |
| De integratiemodule wordt uitgeschakeld. | Gaat 0,5 seconden uit, licht dan groen op en gaat uit. | |
| De integratiemodule is niet toegevoegd aan de hub. | Knippert eenmaal per seconde rood. | |
| De integratiemodule heeft geen externe voeding. | Licht elke 10 seconden 1 seconde op. |
Licht wit op als de integratiemodule communiceert met de hub. Licht rood op als de integratiemodule niet communiceert met de hub. |
| De integratiemodule heeft geen externe voeding en de externe batterij is leeg. | Bij een alarm licht het geleidelijk op en gaat het iedere 10 seconden weer uit. |
Licht wit op als de integratiemodule communiceert met de hub. Licht rood op als de integratiemodule niet communiceert met de hub. |
Storingen
Wanneer Superior MultiTransmitter G3 Jeweller een storing detecteert (er is bijvoorbeeld geen verbinding via het Jeweller-protocol), wordt in een Ajax-app linksboven bij het apparaatpictogram een storingsteller weergegeven.
Alle storingen zijn zichtbaar in de statussen van de module en de statussen van aangesloten apparaten. Velden met storingen worden rood gemarkeerd.
Er wordt een storing van Superior MultiTransmitter G3 Jeweller weergegeven als:
- De behuizing van de integratiemodule is open of losgemaakt van het oppervlak (de sabotagebeveiliging is geactiveerd).
- Er geen verbinding met de hub of signaalversterker is via Jeweller.
- Er geen verbinding met de hub of de signaalversterker is via Wings.
- De batterij leeg is.
- Het opladen van de batterij langer duurt dan 24 uur.
- De reservebatterij niet kon worden aangesloten (de batterij is niet aangesloten of er zijn hardwareproblemen, zoals een defecte aansluitkabel).
- De voedingskabel van het bekabelde apparaat is kortgesloten.
Een storing van het aangesloten apparaat wordt weergegeven als:
- De behuizing van het apparaat is open (sabotagebeveiliging is geactiveerd).
- Er geen verbinding is tussen de integratiemodule en het apparaat (contacten zijn beschadigd).
- De weerstanden onjuist zijn aangesloten (foutmelding weerstand).
- Het systeem heeft een kortsluiting in de contacten van het apparaat gedetecteerd.
Het systeem kan storingen melden aan het beveiligingsbedrijf, evenals aan gebruikers via pushmeldingen en sms-berichten.
Onderhoud
Controleer regelmatig de werking van de integratiemodule en de aangesloten bekabelde detectoren en apparaten. We raden aan om een dergelijke controle elke drie maanden uit te voeren. Het is aanbevolen om te controleren of de draden goed vastzitten en verbonden zijn met de klemmen van de integratiemodule.
Verwijder regelmatig stof, spinnenwebben en ander vuil van de behuizing. Gebruik een zachte, droge doek die geschikt is voor het onderhoud van de apparatuur. Gebruik geen middelen die alcohol, aceton, benzine of andere actieve oplosmiddelen bevatten om het apparaat te reinigen.
Technische specificaties
Garantie
De garantie voor de producten van “Ajax Systems Manufacturing” Limited Liability Company is 2 jaar geldig na aankoop.
Indien het apparaat niet goed functioneert, raden we u aan om eerst contact op te nemen met de ondersteuningsdienst. De meeste technische problemen kunnen op afstand worden opgelost.
Contact opnemen met de technische ondersteuning:
Gefabriceerd door “AS Manufacturing” LLC

























