Gebruikershandleiding van DoorProtect

Bijgewerkt op

DoorProtect is draadloze openingsdetector voor ramen en deuren, ontworpen voor binnenshuis gebruik. Het kan tot 7 jaar werken op de voorgeïnstalleerde batterij en is in staat om meer dan 2 miljoen bewegingen te detecteren. DoorProtect heeft een stopcontact om een externe detector aan te sluiten.

Het werkzame onderdeel van DoorProtect is een reedrelais met een verzegeld contact. Het bestaat uit ferromagnetische contacten die in een bol zijn geplaatst en die onder invloed van een permanente magneet een ononderbroken circuit vormen.

DoorProtect maakt verbinding met het Ajax-beveiligingssysteem via het beveiligde Jeweller-radioprotocol. Het communicatiebereik is maximaal 1200 meter in de zichtlijn. DoorProtect kan met de uartBridge– of ocBridge Plus-integratiemodules gebruikt worden binnen beveiligingssystemen van derden.

De detector wordt ingesteld via de Ajax-apps voor iOS, Android, macOS en Windows. Het systeem brengt de gebruiker op de hoogte van alle gebeurtenissen via pushmeldingen, sms’jes en oproepen (indien geactiveerd).

Het Ajax-beveiligingssysteem is zelfvoorzienend, maar de gebruiker kan het aansluiten op de meldkamer van een particulier beveiligingsbedrijf.

Functionele elementen

  1. DoorProtect-openingsdetector.
  2. Grote magneet. Hij werkt tot een afstand van 2 cm van de detector en moet rechts van de detector geplaatst worden.
  3. Kleine magneet. Hij werkt tot een afstand van 1 cm van de detector en moet rechts van de detector geplaatst worden.
  4. Led-indicator.
  5. Montagepaneel voor SmartBracket. Schuif het paneel naar beneden om het te verwijderen.
  6. Geperforeerd deel van het montagepaneel. Het is nodig om de sabotagedetector te activeren indien er geprobeerd wordt de detector uit elkaar te halen. Breek hem niet open.
  7. Stopcontact om een bekabelde NC-detector van een andere fabrikant te kunnen verbinden.
  8. QR-code met het apparaat- om de detector toe te voegen aan een Ajax-systeem.
  9. Aan/uit-knop van apparaat.
  10. Sabotageknop. Wordt geactiveerd bij pogingen om de detector los te maken van het oppervlak of om de detector te verwijderen van het montagepaneel.

Werkingsprincipe

DoorProtect bestaat uit twee delen: de detector met een reedrelais met een verzegeld contact en de permanente magneet. Bevestig de detector aan de deurpost, terwijl de magneet aan een beweegbaar deel van de deur bevestigd kan worden. Als het reedrelais met het verzegelde contact binnen het bereik van het magnetische veld is, sluit het het circuit, wat betekent dat de detector is gesloten. Het openen van de deur duwt de magneet weg van het reedrelais met het verzegelde contact en opent daardoor het circuit. Hierdoor herkent de detector het openen.

Bevestig de magneet RECHTS van de detector.

Een kleine magneet werkt op een afstand van 1 cm en de grote op een afstand tot 2 cm.

Na activering zendt DoorProtect onmiddellijk het alarmsignaal naar de hub, waardoor de sirenes worden geactiveerd en de gebruiker en het beveiligingsbedrijf op de hoogte worden gebracht.

De detector koppelen

Voordat u met koppelen begint:

  1. Volgens de aanbevelingen van de hub-instructie, moet u de Ajax-app installeren op uw smartphone. Maak een account aan, voeg de hub toe in de app en creëer minstens één ruimte.
  2. Schakel de hub in en controleer de internetverbinding (via ethernetkabel en/of gsm-netwerk).
  3. Zorg dat de hub is uitgeschakeld en niet wordt bijgewerkt door de status in de app te controleren.

Alleen gebruikers met beheerdersrechten kunnen het apparaat toevoegen aan de hub.

Zo koppelt u de detector aan de hub:

  1. Selecteer de optie Apparaat toevoegen in de Ajax-app.
  2. Geef het apparaat een naam, scan of voer de QR-code handmatig in (deze bevindt zich op de behuizing en de verpakking) en selecteer de ruimte waar het apparaat geplaatst gaat worden.
  3. Klik op Toevoegen: het aftellen begint.
  4. Zet het apparaat aan.

De detector moet zich binnen het bereik van het draadloze netwerk van de hub bevinden (bij hetzelfde gebouw) om detectie en koppeling mogelijk te maken.

Het verzoek om verbinding met de hub wordt gedurende een korte tijd verzonden op het moment dat het apparaat wordt ingeschakeld.

Als het koppelen met de Ajax-hub mislukt, schakel de detector dan 5 seconden uit en probeer het opnieuw.

Als de detector met de hub gekoppeld is, verschijnt het in de lijst van apparaten in de Ajax-app. Het bijwerken van de statussen van de detectoren in de lijst is afhankelijk van de ingestelde pinginterval in de hub-instellingen. De standaardwaarde is 36 seconden.

Statussen

Het statusscherm bevat informatie over het apparaat en de huidige parameters. Zo vindt u de statussen van DoorProtect in de Ajax-app:

  1. Ga naar het tabblad Apparaten .
  2. Selecteer DoorProtect in de lijst.
Parameter Waarde
Temperatuur

Temperatuur van de detector. Het wordt gemeten op de processor en verandert geleidelijk. 

Toegestane afwijking in de waarde tussen de app en de kamertemperatuur: 2°C.

De waarde wordt bijgewerkt zodra de detector een temperatuurwijziging van minstens 2°C signaleert.

U kunt een scenario op basis van temperatuur configureren om zo automatiseringsapparaten te besturen

Meer informatie

Jeweller signaalsterkte

Signaalsterkte tussen de hub/signaalversterker en de openingsdetector.

Wij raden aan de detector te installeren op plaatsen met een signaalsterkte van 2-3 streepjes

Verbinding via Jeweller Verbindingsstatus tussen de hub/signaalversterker en de detector:

  • Online — de detector is verbonden met de hub/signaalversterker
  • Offline — de detector heeft geen verbinding meer met de hub/signaalversterker
Naam van de ReX-signaalversterker

Verbindingsstatus van de ReX-signaalversterker.

Weergegeven wanneer de detector werkt via de ReX-radiosignaalversterker

Batterijlading

Batterijlading van het apparaat. Weergegeven als een percentage

Zo wordt het batterijniveau in de Ajax-apps weergegeven

Deksel De sabotagestatus, die reageert op het losraken of beschadigen van de behuizing van de detector
Openingssensor Status van de openingssensor van de detector:

  • Uitgeschakeld – sensor is gedeactiveerd.
  • Geopened – sensor is open.
  • Gesloten – sensor is gesloten.
Extern contact Status van de externe detectorverbinding met DoorProtect
Altijd actief

Als de optie ingeschakeld is, staat de detector altijd in de ingeschakelde modus en meldt het alarmen

Meer informatie

Bel

Indien ingeschakeld, geeft een sirene een melding over de openingsdetectoren die geactiveerd worden vanuit de Uitgeschakelde systeemmodus

Wat is Bel en hoe werkt het

Tijdelijke deactivering Toont de status van de tijdelijke uitschakelfunctie van het apparaat:

  • Nee:⁣ — het apparaat werkt normaal en zendt alle gebeurtenissen door.
  • Alleen deksel — de beheerder van de hub heeft de meldingen over de activatie van de behuizing van het apparaat uitgeschakeld.
  • Geheel — het apparaat wordt door de beheerder van de hub volledig uitgesloten van de systeemwerking. Het apparaat volgt geen systeemcommando’s en meldt geen alarmen of andere gebeurtenissen.
  • Op aantal alarmen — het apparaat wordt automatisch door het systeem uitgeschakeld wanneer het aantal alarmen wordt overschreden (gespecificeerd in de instellingen voor de Automatische uitschakeling van apparaten). De functie wordt geconfigureerd in de Ajax PRO-app.
  • Op timer — het apparaat wordt automatisch door het systeem uitgeschakeld wanneer de hersteltimer afloopt (gespecificeerd in de instellingen voor de Apparaten automatische deactivering). De functie wordt geconfigureerd in de Ajax PRO-app.
Alarm Reactie
Bedieningsmodus Toont hoe het apparaat reageert op alarmen:

  • Direct Alarm – de ingeschakelde detector reageert direct op een bedreiging en geeft alarm.
  • Ingang/Uitgang – wanneer een vertraging ingesteld is, dan begint het ingeschakelde apparaat met aftellen en geeft het pas geen alarm wanneer het aftellen is afgelopen.
  • Follower – de detector erft de vertragingen van in-/uitgangsdetoren. Echter, wanneer de Follower individueel geactiveerd wordt dan geeft het direct een alarm.
Vertraging bij binnenkomst, sec

Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die u hebt om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat u de ruimte betreedt

Wat is vertraging bij binnenkomst

Vertraging bij vertrek, sec

Vertragingstijd bij vertrek. Vertraging bij vertrek (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die u hebt om de ruimte te verlaten nadat het beveiligingssysteem is ingeschakeld

Wat is vertraging bij vertrek

Deelinschakeling vertraging bij binnenkomst, sec

De tijd van Vertraging bij binnenkomst in de modus Deelinschakeling. Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die u hebt om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat u het pand betreedt.

Wat is vertraging bij binnenkomst

Deelinschakeling vertraging bij vertrek, sec

De tijd van Vertraging bij vertrek in de modus Deelinschakeling. Vertraging bij vertrek (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die u hebt om het pand te verlaten nadat het beveiligingssysteem is ingeschakeld.

Wat is vertraging bij vertrek

Firmware De firmwareversie van de detector
Apparaat-ID Het ID-nummer van het apparaat
Apparaat nr. Nummer van de apparaatloop (zone)

Instellingen

Zo past u de instellingen van de detector aan in de Ajax-app:

  1. Selecteer de gewenste hub als u er meerdere heeft of als u de PRO-app gebruikt.
  2. Ga naar het tabblad Apparaten .
  3. Selecteer DoorProtect in de lijst.
  4. Ga naar Instellingen door op het te klikken.
  5. Stel de vereiste parameters in.
  6. Klik op Terug om de nieuwe instellingen op te slaan.
Instelling Waarde
Eerste veld

Detectornaam die aangepast kan worden. De naam wordt weergegeven in de tekst van het sms’je en in de meldingen in het logboek.

De naam kan uit maximaal 12 cyrillische tekens of 24 Latijnse tekens bestaan

Ruimte De virtuele ruimte selecteren waaraan DoorProtect is toegewezen. De naam van de ruimte wordt weergegeven in de tekst van het sms’je en in de meldingen in de eventlog
LED-indicatie van alarmen

Hiermee kunt u het knipperen van de led-indicatie tijdens een alarm uitschakelen. Beschikbaar voor apparaten met firmwareversie 5.55.0.0 of hoger

Waar vindt u de firmwareversie of de ID van de detector of het apparaat?

Openingssensor Indien actief reageert DoorProtect openingssensor op openen/sluiten
Extern contact Indien actief, registreert DoorProtect externe detectiealarmen
Altijd actief

Als de optie ingeschakeld is, staat de detector altijd in de ingeschakelde modus en meldt het alarmen

Meer informatie

Waarschuwing met sirene als opening gedetecteerd wordt Indien actief, worden sirenes die aan het systeem zijn toegevoegd, geactiveerd wanneer er wordt gedetecteerd dat er wat geopend wordt
Activeer de sirene als een extern contact geopend is Indien actief, worden sirenes die aan het systeem zijn toegevoegd, geactiveerd als het alarm van een externe detector afgaat
Belinstellingen

Opent de instellingen van Bel

Zo stelt u Bel in
Wat is Bel

Alarm Reactie
Bedieningsmodus Bepaal hoe dit apparaat reageert op alarmen:

  • Direct Alarm – de ingeschakelde detector reageert direct op een bedreiging en geeft alarm.
  • Ingang/Uitgang – wanneer een vertraging ingesteld is, dan begint het ingeschakelde apparaat met aftellen en geeft het pas geen alarm wanneer het aftellen is afgelopen.
  • Follower – de detector erft de vertragingen van in-/uitgangsdetoren. Echter, wanneer de Follower individueel geactiveerd wordt dan geeft het direct een alarm.
Vertraging bij binnenkomst, sec

Vertragingstijd bij binnenkomst selecteren. Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die u hebt om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat u de ruimte betreedt

Wat is vertraging bij binnenkomst

Vertraging bij vertrek, sec

De vertragingstijd bij vertrek selecteren. Vertraging bij vertrek (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die u hebt om de ruimte te verlaten nadat het beveiligingssysteem is ingeschakeld

Wat is vertraging bij vertrek

Inschakelen bij deelinschakeling Indien actief, schakelt de detector over naar de ingeschakelde modus als deelinschakeling wordt gebruikt
Deelinschakeling vertraging bij binnenkomst, sec

De tijd van Vertraging bij binnenkomst in de modus Deelinschakeling. Vertraging bij binnenkomst (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die u hebt om het beveiligingssysteem uit te schakelen nadat u het pand betreedt.

Wat is vertraging bij binnenkomst

Deelinschakeling vertraging bij vertrek, sec

De tijd van Vertraging bij vertrek in de modus Deelinschakeling. Vertraging bij vertrek (vertraging van alarmactivatie) is de tijd die u hebt om het pand te verlaten nadat het beveiligingssysteem is ingeschakeld.

Wat is vertraging bij vertrek

Jeweller signaalsterktetest

Schakelt de detector naar de testmodus voor de signaalsterkte van Jeweller. Met de test kunt u de signaalsterkte tussen de hub en DoorProtect controleren en de optimale installatieplaats bepalen

Wat houdt de signaalsterktetest van Jeweller in

Detectiezonetest

Schakelt de detector naar de testmodus voor de detectiezone

Wat houdt de detectiezonetest in

Signaaldempingstest

Schakelt de detector naar de testmodus voor de signaaldemping (beschikbaar bij detectoren met firmwareversie 3.50 en later)

Wat is een Dempingstest

Gebruikershandleiding Opent de gebruikershandleiding voor DoorProtect in de Ajax-app
Tijdelijke deactivering

Hiermee kan de gebruiker het apparaat loskoppelen zonder het uit het systeem te verwijderen.

Er zijn drie opties beschikbaar:

  • Nee — het apparaat werkt normaal en zendt alle gebeurtenissen door
  • Geheel — het apparaat zal geen systeemopdrachten uitvoeren of deelnemen aan automatiseringsscenario’s en het systeem zal alarmen en andere meldingen van het apparaat negeren
  • Alleen deksel — het systeem negeert alleen meldingen over de activering van de sabotageknop van het apparaat

Meer informatie over de tijdelijke deactivatie van apparaten

Het systeem kan ook automatisch apparaten uitschakelen als het ingestelde aantal alarmen wordt overschreden of als de hersteltimer afloopt.

Meer informatie over de automatische uitschakeling van apparaten

Apparaat ontkoppelen Koppelt de detector los van de hub en wist de instellingen

Zo stelt u Bel in

Bel is een geluidssignaal dat de activatie van de openingsdetectoren aangeeft wanneer het systeem is uitgeschakeld. De functie wordt bijvoorbeeld gebruikt in winkels om het personeel te laten weten dat er iemand binnenkomt.

Notificaties worden in twee fasen geconfigureerd: het instellen van de openingsdetectoren en daarna van de sirenes.

Instellingen van de detectoren

  1. Ga naar het menu Apparaten .
  2. Selecteer de DoorProtect-detector.
  3. Ga naar de instellingen door op het tandwieltje te klikken in de rechterbovenhoek.
  4. Ga naar het menu Belinstellingen.
  5. Selecteer de gewenste gebeurtenissen die door de sirene gemeld moeten worden:
    • Als opening gedetecteerd wordt.
    • Als het externe contact geopend is (beschikbaar als de optie Extern contact ingeschakeld is).
  6. Selecteer het geluid voor Bel: 1 tot 4 korte pieptonen. De Ajax-app laat het geluid horen zodra het geselecteerd is.
  7. Klik op Terug om de instellingen op te slaan.
  8. Stel de vereiste sirene in.

Indicatie

Gebeurtenis Indicatie Opmerking
De detector inschakelen Licht groen op voor ongeveer één seconde
Detector verbonden met de hub, ocBridge Plus en uartBridge Licht een paar seconden groen op
Activering van het alarm/de sabotagedetector Licht groen op voor ongeveer één seconde Alarm wordt één keer binnen 5 seconden verzonden
Batterij moet vervangen worden Tijdens het alarm licht het langzaam groen op en gaat langzaam uit Hoe u de batterij van de detector kunt vervangen, staat beschreven in de handleiding voor het vervangen van de batterij

Testen van de functionaliteit

Via het Ajax-beveiligingssysteem kunt u tests uitvoeren om de functionaliteit van de verbonden apparaten te controleren.

De tests beginnen niet onmiddellijk, maar binnen 36 sec volgens de standaardinstellingen. De starttijd hangt af van de pinginterval (zie de paragraaf over “Jeweller“-instellingen in de hub-instellingen.

Jeweller signaalsterktetest

Detectiezonetest

Signaaldempingstest

Installeren van de detector

Locatie selecteren

De locatie van DoorProtect wordt bepaald door de afstand tot de hub en de aanwezigheid van obstakels tussen de apparaten die de radiosignaaloverdracht belemmeren: muren, tussenvloeren en grote voorwerpen die zich in de ruimte bevinden.

Het apparaat is ontwikkeld voor gebruik binnenshuis.

Controleer de Jeweller-signaalsterkte op de plaats van installatie. Als het signaalniveau nul of één streepje heeft, dan kunnen wij geen stabiele werking van het beveiligingssysteem garanderen. Verplaats het apparaat: zelfs een verplaatsing van 20 cm kan de signaalsterkte aanzienlijk verbeteren. Als de signaalsterkte van de detector laag of instabiel blijft na het verplaatsen, gebruik dan een radiosignaalversterker.

De detector wordt aan de buitenkant of binnenkant van het deurkozijn geplaatst.

Als u de detector op de loodrechte vlakken installeert (bv. in een deurkozijn), gebruik dan de kleine magneet. De afstand tussen de magneet en detector mag niet meer dan 1 cm zijn.

Als u delen van DoorProtect op hetzelfde vlak plaatst, gebruik dan de grote magneet. De activeringsdrempel is 2 cm.

Bevestig de magneet op het beweegbare deel van de deur (raam) aan de rechterkant van de detector. De kant waar de magneet geplaatst moet worden, is gemarkeerd met een pijl op de behuizing van de detector. De detector mag, indien nodig, horizontaal geplaatst worden.

Installatie van de detector

Voordat u de detector installeert, moet u ervoor zorgen dat u de optimale locatie heeft gekozen die in overeenstemming is met de richtlijnen van deze handleiding.

Om de detector te kunnen installeren:

  1. Verwijder het SmartBracket-montagepaneel van de detector door het omlaag te schuiven.
  2. Bevestig het montagepaneel van de detector tijdelijk op de gekozen installatielocatie met dubbelzijdig tape.

    Dubbelzijdig tape is nodig om het apparaat tijdelijk te bevestigen tijdens de testfase van de installatie. Gebruik geen dubbelzijdig tape als permanente bevestiging. De detector of magneet kan loslaten en vallen. Door het vallen kunnen er valse alarmen ontstaan of kan het apparaat beschadigen. En als iemand het apparaat van het oppervlak wil aftrekken, gaat het sabotagealarm niet af zolang het apparaat met tape is bevestigd.

  3. Bevestig de detector aan het bevestigingspaneel. Zodra de detector is gemonteerd op het SmartBracket-montagepaneel, zal de ledindicatie van het apparaat knipperen. Dit signaal geeft aan dat de sabotageknop van de detector gesloten is.

    Als de ledindicatie tijdens het installeren van de detector op SmartBracket niet wordt geactiveerd, controleer dan de sabotagestatus in de Ajax-app, of de detector wel goed is vastgezet en of hij wel stevig is gemonteerd aan het paneel.

  4. Bevestig de magneet aan het oppervlak:
    • Als er een grote magneet gebruikt wordt: haal het SmartBracket-montagepaneel van de magneet af en monteer het paneel op het oppervlak met dubbelzijdig tape. Installeer de magneet op het paneel.
    • Als er een kleine magneet gebruikt wordt: monteer de magneet op het oppervlak met dubbelzijdig tape.
  5. Voer de Jeweller signaalsterkte test uit. De aanbevolen signaalsterkte is 2 of 3 streepjes. Eén streepje of minder garandeert geen stabiele werking van het beveiligingssysteem. Probeer in dit geval het apparaat te verplaatsen: een verschil van zelfs 20 cm kan de signaalkwaliteit al flink verbeteren. Gebruik de radiosignaalversterker als de detector een lage of instabiele signaalsterkte heeft na het aanpassen van de installatielocatie.
  6. Voer de Detectiezonetest uit. Open en sluit het raam of de deur waar het apparaat is geïnstalleerd meerdere keren om de werking van de detector te controleren. Als de detector in 5 van de 5 gevallen tijdens de test niet reageert, probeer dan de installatielocatie of -methode te wijzigen. De magneet is mogelijk te ver van de detector verwijderd.
  7. Voer een Signaaldempingstest uit. Tijdens de test wordt de signaalsterkte kunstmatig verminderd en verhoogd om verschillende omstandigheden op de installatielocatie te simuleren. Als de installatielocatie correct gekozen is, heeft de detector een stabiele signaalsterkte van 2-3 streepjes.
  8. Als de tests succesvol zijn, bevestig dan de detector en magneet met de meegeleverde schroeven.
    • Om de detector te monteren: haal hem van het SmartBracket-montagepaneel af. Bevestig vervolgens het SmartBracket-paneel met de meegeleverde schroeven. Installeer de detector op het paneel.
    • Om een grote magneet te monteren: haal hem van het SmartBracket-montagepaneel. Bevestig vervolgens het SmartBracket-paneel met de meegeleverde schroeven. Installeer de magneet op het paneel.
    • Om een kleine magneet te monteren: verwijder het voorpaneel met een plectrum of plastic kaart. Monteer het deel met de magneten aan het oppervlak. Gebruik hiervoor de meegeleverde schroeven. Installeer daarna het voorpaneel op zijn plaats.

Indien u gebruik maakt van een elektrische schroeftol, stel de snelheid dan in op de laagste stand om het SmartBracket-montagepaneel tijdens de installatie niet te beschadigen. Als u andere bevestigingsmiddelen gebruikt, let er dan op dat deze het plaatje niet beschadigen of vervormen. Om de detector of magneet gemakkelijker te monteren, kunt u de schroefgaten voorboren terwijl het paneel nog vastzit met dubbelzijdige tape.

Installeer de detector niet:

  1. buiten het terrein (in de buitenlucht);
  2. in de buurt van metalen voorwerpen of spiegels die het signaal dempen of verstoren;
  3. in ruimten waar de temperatuur en de vochtigheidsgraad de toelaatbare grenzen overschrijden.
  4. dichter dan 1 m bij de hub.

Een detector van derden verbinden

Een bekabelde detector met een NC-contact kan verbonden worden met DoorProtect met externe aansluitklem.

Wij raden aan om een bekabelde detector op niet meer dan 1 m afstand te installeren: meer kabellengte vergroot de kans op schade en vermindert de kwaliteit van communicatie tussen de detectoren.

Als u de draad uit de detectorbehuizing wilt halen, trekt u aan de stekker:

Als de externe detector is geactiveerd, ontvangt u een melding.

Onderhoud van de detector en vervanging van de batterijen

Controleer regelmatig de werking van de DoorProtect-detector.

Verwijder stof, spinnenwebben en andere verontreinigingen van de behuizing van de detector als ze ontstaan. Gebruik een zachte, droge doek die geschikt is voor het onderhoud van de apparatuur.

Gebruik geen middelen die alcohol, aceton, benzine of andere actieve oplosmiddelen bevatten om de detector te reinigen.

De levensduur van de batterij hangt af van de kwaliteit van de batterij, frequentie van activering van de detector en pinginterval van de detectoren door de hub.

Als de deur 10 keer per dag opengaat en de pinginterval is 60 seconden, dan werkt DoorProtect tot 7 jaar met de voorgeïnstalleerde batterij. Als u de pinginterval instelt op 12 seconden, wordt de levensduur van de batterij verlaagt naar 2 jaar.

Hoelang gaan de batterijen van de Ajax-apparaten mee en wat heeft hier invloed op?

Als de batterij leeg is, verstuurt het beveiligingssysteem een melding en het led-lampje zal zachtjes oplichten en uitgaan als de detector en sabotageknop zijn geactiveerd.

Vervanging van de batterij

Garantie

De garantie voor de producten van de Limited Liability Company “Ajax Systems Manufacturing” is geldig gedurende 2 jaar na de aankoop en geldt niet voor de voorgeïnstalleerde batterij.

Als het apparaat niet goed werkt, neem dan eerst contact op met de ondersteuningsdienst. In de helft van de gevallen kunnen technische problemen op afstand worden opgelost.

Technische ondersteuning: [email protected]

Hulp nodig?

In dit onderdeel zijn gedetailleerde handleidingen en educatieve video's te vinden over alle Ajax-functies. Bovendien zijn we 24/7 beschikbaar voor wanneer u een technisch specialist nodig hebt.

Spelling error report

The following text will be sent to our editors: